30 jaar Carel Kraayenhof Ensemble: Jubileum en afscheid in één

Wie bandoneonspeler Carel Kraayenhof nog een keer aan het werk wil zien met zijn voltallige sextet, zal moeten opschieten. Want als de jubileumtournee van bijna dertig voorstellingen door het hele land in november voorbij is, valt na dertig jaar definitief het doek voor het Carel Kraayenhof Ensemble. Te weinig werk en te hoge kosten dwingen Kraayenhof om zonder zijn vaste groep verder te gaan.

door Ton Maas

30 jaar Carel Kraayenhof Ensemble

Maar allereerst de aanleiding voor dit gesprek, want er valt veel te vieren. Een carrière van dertig jaar is voor een ensemble in deze sector immers een uniek wapenfeit en dat wordt dan ook op passende wijze gevierd met een nieuwe cd – ¡30! Passionate Tango Years – en een jubileumvoorstelling die binnenkort op tournee gaat door het hele land. Thirza Lourens: ‘Voor ons ook een mooie manier om dankjewel te zeggen tegen de vele trouwe fans die ons al die jaren hebben gesteund.’ Carel: ‘En tegen de dertig muzikanten die sinds 1988 in mijn ensemble hebben gespeeld.’ Thirza vervolgt: ‘En vanwege ons jubileum is er ook opeens volop belangstelling vanuit de media. Zo zijn Carel en zijn ensemble de komende tijd op vier NPO-radiozenders te horen: 1, 2, 4 én 5. Ze staan bij Podium Witteman en krijgen een feature in het in-flight magazine van de KLM. Een beetje ironisch is het natuurlijk wel, nu we net hebben moeten besluiten het ensemble op te heffen.’ Carel: ‘Maar niet zonder eerst nog een keer te pieken!.’

Carel en zijn vrouw Thirza, sinds tweeëntwintig jaar zakelijk leider van het ensemble, winden er geen doekjes om. Thirza: ‘Het ging gewoon niet meer. Dertig jaar lang hebben we er aan getrokken en alle verdiensten uit Carels nevenactiviteiten in het sextet gestoken, maar de verhouding tussen kosten baten werd alleen maar schever. Het doet onvoorstelbaar veel pijn, maar we moeten het ensemble loslaten.’
Carel vervolgt: ‘Uiteindelijk draait het allemaal om mijn grote droom, die alles te maken heeft met de twee geweldenaren met wie ik heb mogen werken: Astor Piazzolla en Osvaldo Pugliese. Dankzij dit ensemble beschik ik zowel over de rijkdom aan klankschakeringen van Piazzolla als over de power van Pugliese. Dat geeft me het gevoel dat ik hun werk voortzet. Want dat is en blijft mijn missie. Je mag gerust zeggen dat ik verslingerd ben aan de klank van mijn sextet, zeker nu er naast de twee violen nog een cello bij is gekomen, wat de strijkers een orkestrale dimensie geeft. En dan is er nog Juan Pablo Dobal, de geniale Argentijnse pianist die naast zijn eigen partij ook nog een tweede bandoneonpartij uit zijn klavier weet te peuteren. Het is nog net geen orquesta típica, maar het komt heel dicht in de buurt en daar ben ik hartstikke trots op.’

Zijn de leden exclusief aan het Carel Kraayenhof Ensemble verbonden? Thirza: ‘Nee, maar het is wel zo dat hun prioriteit al die jaren bij ons lag. Dankzij hun ongelofelijke loyaliteit kon er wekelijks worden gerepeteerd – een absolute voorwaarde voor hecht en soepel ensemblespel – en dat werd altijd voor niks gedaan. Wat de situatie heeft verergerd, is dat een groeiend aantal theaters tegenwoordig lagere garanties geeft. Zo kan het gebeuren dat je voor tweehonderd mensen speelt, maar uiteindelijk slechts duizend euro overhoudt na aftrek van kosten, wat dan door negen mensen (het sextet plus vaste geluidsman, tourmanager en zakelijk leider) moet worden gedeeld. Dat staat niet langer in verhouding tot de inzet die we van iedereen vragen.’

Carel: ‘Dat legendarische tv-moment met de traan van Máxima, terwijl ze in de Nieuwe Kerk luistert naar Adiós Nonino, heeft mijn carrière natuurlijk een geweldige boost gegeven. Maar bij de bijbehorende status van BN’er, waartoe ik vervolgens ongevraagd werd gebombardeerd, blijkt een beeld te horen van succes en rijkdom. Veel mensen denken dat ik voortdurend de wereld rondreis en met mijn muziek inmiddels een fortuin heb verdiend. De werkelijkheid is echter heel anders: ik verkeer met mijn muziek in een cultureel segment – de wereldmuziek – dat stervende is. In elk geval in Nederland. De bezuinigingen van de laatste tien jaren hebben juist binnen de wereldmuziek tot een regelrechte kaalslag geleid die iedereen in de sector treft. Alleen houden de meeste collega’s er geen vast eigen ensemble van deze omvang op na. En bovendien hebben bijna al mijn musici inmiddels een gezin te onderhouden en een hypotheek.’

Carel: ‘Het is natuurlijk triest, maar mijn boekhouder staat te juichen. Die ziet al jaren met lede ogen aan dat er duizenden euro’s worden gestoken in het ensemble. Daar komt nog bij dat steun vanuit de media voor ons sextet steeds verder afneemt.’ Thirza vult aan: ‘Bovendien hebben we onder ogen moeten zien dat de belangstelling toch vooral uitgaat naar Carel en niet naar het sextet. Door vooral het sextet te promoten en niet Carel als solist, hebben we er ook zelf toe bijgedragen dat Carel minder op tv was te zien.’

Thirza: ‘We hebben lang hoop geput uit het feit dat ook de groten van de tango soms jaren niet hebben kunnen spelen, of alleen als solist of duo, maar de culturele armoede in Nederland is inmiddels zo schrijnend dat zelfs iets essentieels als muziekonderwijs rücksichtslos is wegbezuinigd.’ Carel: ‘En waar anders moet de nieuwe aanwas vandaan komen? Bij ons in de buurt had de muziekschool in Purmerend onlangs nog een nieuwe kwalificatie behaald om op middelbare scholen muziekonderwijs te mogen verzorgen. Maar amper twee weken later moest de directeur tot haar spijt meedelen dat de subsidie voor het lopende jaar is gehalveerd en voor volgend jaar zelfs helemaal vervalt. Haar ambulante team bedient ruim duizend middelbare scholieren en die krijgen straks geen muziekles meer. En dat terwijl de laatste jaren wetenschappelijk is aangetoond dat muziek (zoals die van Bach) de ontwikkeling van het kinderbrein zeer positief stimuleert. Het belang daarvan dringt blijkbaar toch niet tot iedereen door.’

Dat brengt het gesprek vervolgens op het grote belang van samen muziek maken in de intieme setting van familie en vrienden. Carel: ‘In veel andere landen zie je dat die praktijk nog springlevend is. Bij ons wordt het alleen maar minder, mede door toedoen van dit soort bezuinigingen. Ook ik ontkom daar niet aan: de meeste mensen kennen mij nog steeds uitsluitend als de vertolker van dat nummer dat bij Máxima een traan deed opwellen.’ Thirza vult aan: ‘Voor Carel is de tango iets veel groters: een levende traditie die niet alleen behouden moet blijven maar ook verder ontwikkeld moet worden. Die ambitie wordt niet alleen in Argentinië, maar ook in landen als Duitsland en Japan veel meer herkend en gewaardeerd.’

Carel: ‘Gustavo Beytelmann, artistiek leider van de Vakgroep Argentijnse Tango van Codarts in Rotterdam, stelde ooit aan onze studenten een heel interessante vraag: “Denken jullie dat de tango er voor jullie is, of zijn jullie er voor de tango?” Volgens hem bezit elk muziekgenre dat in staat is honderd jaar te overleven zonder enige steun van overheid of bedrijfsleven, gewoon omdat het in de mensen zit, een authentieke kracht die het verdient gerespecteerd te worden. Daarom zijn wij er om de tango te dienen. Voor mij betekende dat: me in Buenos Aires onderdompelen in de tango en het werk van de meesters te analyseren door het minutieus te transcriberen – duizenden uren lang. Ik heb wel eens een maand zitten zwoegen op zestien maten van Pugliese: Wat speelt ‘ie nou precies? Wat doet de contrabas daar, wat doet de tweede bandoneon? Zo heb ik geleerd te arrangeren, om pas daarna zelf te beginnen met componeren. En daarbij heb ik vervolgens altijd weer de verbinding gezocht met mijn eigen achtergrond in de Keltische en de klassieke muziek.’

Carel: ‘Er zijn momenten geweest waarop ik twijfelde of ik nog wel door wilde gaan nu muziek – mijn soort muziek althans – steeds vaker operatief wordt verwijderd uit het centrum van de cultuur. Maar dan denk ik weer aan de jonge muzikanten die ik ongetwijfeld nog ga ontmoeten en die me weer zullen inspireren. Ik kan me zelfs voorstellen dat ik over een paar jaar een nieuw ensemble opricht, maar dan niet meer met mij als werkgever. Want die rol heb ik echt nooit geambieerd. Die is uit de nood geboren.’

‘Ik kijk er naar uit om hen en andere nieuwe mensen te ontmoeten en om samen dingen te ontwikkelen. Gewoon door avonden lang bij elkaar te zitten om samen te werken aan ideeën en composities. Daar ga ik de komende tijd zeker naar op zoek. Ik droom nog altijd van een “band van componisten”. In die zin zie ik deze crisis ook als een kans om het anders te kunnen aanpakken dan voorheen. En dan bedoel ik niet alleen zakelijk, maar ook qua artistiek proces.’

‘Op een bepaald moment merk je dat je als mens wegdrijft van het leven. Ik realiseer me dat ik toch een soort vakidioot ben geworden die alleen maar met zijn werk bezig is. Aan de ene kant vind ik het vreselijk dat dit ons nu overkomt, maar aan de andere kant zie ik ook dat het goed is. Het geeft ruimte om andere dingen te kunnen gaan doen: optreden als solist of als duo, niet alleen spelen in grote zalen maar ook in kleine kring. Neem bijvoorbeeld het spelen tijdens een bruiloft. Hoe bijzonder is het om het mooiste moment van iemands leven nog een stukje op te mogen tillen met je muziek! Geweldig! Hoe ik de toekomst zie? Ik heb zin om nieuwe uitdagingen aan te gaan en vind het nog altijd heerlijk om muziek te maken.’